Rouke van der Hoek

 

 Begin

 Publicaties

 Selectie

 Nieuw werk

 Strips

 Nieuws

 Links

 Contact 

 

 

 

 

Ontginning van het veen

 

 

Ontginning, ontwatering van het veen

liet Holland als een liftvloer zakken

- vriendelijk nagewuifd door nijvere molens - 

tot onder de spiegel van de zee.

 

Die toesloeg met zeearmen: uitwateringen

averechts benut voor zoute inwatering.

Afgedamd daarom. Dam in de Amstel.

Dam in de Rotte, in de Zaan, in de Schie.

 

Dat handmatige overslag van scheepsvracht

met dragers hollend over de Dam

van buiten- naar binnenwater

de Hollandse havensteden schiep:

 

beginnersgeluk. Net als de ruige pracht

van houten sluisdeuren, de geur van teer,

polders en de wirwar van waterwerken

waar rode paling, woelend in de modder

 

en zuigend aan verdronken honden,

uitdijt tot blanke aal, door dijkbewoners

’s nachts met de peur bovengehaald.

Herenmaal voor de armen.

 

Dat jij deze zompige, onbedoelde wereld

van binnenuit kent, er uit voortkomt

mag evenzeer beginnersgeluk heten

en gebeurt je geen tweede keer. 

 

 

 

Pioniers van de bodemdaling

 

 

Ook deze familie koestert haar voorvechters

van de neerwaartse beweging. 

De vele generaties Splinter

die zich uitsloofden rond Nieuwveen

- nota bene: veen achter het veen.

Gravers van rechte en dwarse sloten,

weteringen, boezems, kanalen

(zoveel woorden voor waterlopen).

Beheerders van grasland

op één turf boven de waterspiegel,

de veenweide.

 

De van der Hoeken verlieten rond 1600

de vaste Friese klei van Oostergo en Westergo, 

hoge kweldergronden met terpen

(eerst aangelegd, later zelfrijzend

uit koemest en afval),

oude centra van welvaart en beschaving.

Je vraagt je af, toen ze bij Irnsum

het moeras instapten:

was het ondernemingszin

of waren het schlemielen

die van de rijke tafel werden weggedrukt?

Volg hun tocht door Frieslands lage midden,

de pioniersdorpen.

Uitwellingerga, Haskerdijken,

Noord- en Zuid-Broek, Wilderhorne.

Overstromingen. Zout water

verziekt de weilanden.

Runderpest. Kindersterfte.

Bij elke klap ernstiger in het geloof.

‘In Uwe hand beveel ik mijnen geest’

 

- Grote Ontginner.

 

 

 

 

 

 

 

De stenen brug

 

 

Het subtiele verschil

tussen turf met water

en water met turf

is het verschil tussen weg en vaart.

 

Enigszins wankel stapt de schilder

uit de herberg de schemer in.

Het licht van een toorts valt

in het zwarte water.

 

Gezien! Gezien, eruit gevist

en op de bomen gericht,

dit cognackleurige licht

dat terugkaatste uit het turfwater.

 

In het obscuur varen twee fuikenlichters

naar huis, een reiziger gaat al gebogen

onder de bruine hemel die hem opwacht,

 

daar waar boven de brug

lucht met turf overgaat

in turf met lucht.

 

 

 

Engel uit de Oude Rijn

 

 

Vanuit het grootouderlijk huis aan de Oude Rijn

voer ik met buurjongen A. in de Danqpa

(ruim blijk van waardering voor de gever

van de kleinste roeiboot ooit)

naar de grazige zijsloten

waar A. met een werphengel

een zwemmende bouwvakkersarm ving

van anderhalve meter.

Paling die binnenboord van de haak ging,

bijna weggeglipt was, als A. zich niet

met een brul op de vis had gestort,

die in doodsschrik verzet bood,

zich om het middel van de jongen krulde:

Jacob in gevecht met de Engel.

Waarbij de paling dankzij haar kieuwvinnen

het duidelijkst aanspraak maakte

op de rol van Engel.

Als een bezetene roeide ik dit grondgevecht

over de Oude Rijn, tot A. de wal op kon.

De aal als een wurgslang kronkelend om zijn nek.

 

Vijf dagen lag ze in een teil met leidingwater

om de moddersmaak kwijt te raken.

Hield op met zwemmen. Lag stil.

Liet steeds meer ruimte voor de vraag

wat er met de wereld gebeurt

als de Engel ophoudt met de Jacobs te vechten.