|
Begin
Publicaties
Selectie
Nieuw werk
Strips
Nieuws
Links
Contact
|
-
-
Het bedoelde einde van de poëzie
-
-
-
In het antieke huis met de dunne ramen

-
sprak oma hardop – ook als zij alleen was –
-
met haar huishoudelijk handelen mee:
-
-
“Leg ik de kaas in de kelder.
-
Zet ik het bord op het aanrecht.
-
Nu nog even het kleed. Ziezoo.”
-
-
Zo stuurde zij zichzelf door koude ruimtes,
-
prevelde de dingen op hun plaats.
-
De ultieme schikking waartoe de geschiedenis
-
-
moet leiden was in haar huis bijna bereikt.
-
Buiten voeren aken over de Oude Rijn, bedaard
-
en statig alsof elke vracht de laatste kon zijn:
-
-
“Hout naar de steigers,
-
steen naar de wal,
-
kolen naar de kachels.”
-
-
Als ’s avonds na de afwas de frequentie van
-
haar zinnen afnam en de poëzie overging
-
in het best mogelijke einde van de schepping
-
-
zagen wij achter Rijn en tuinderij
-
de silhouetten van stad, watertoren, wolken
-
samenvloeien in het doven van het licht.
-
-
-
-
Het magnetische noorden
-
- Niet de ijzige zee waarheen gewezen
- waar de naald steeds verder uitslaat
- hulpeloos ronddraait
- maar de afwijking zelf in het kompas.
-
- Niet de ondergrondse ijzerstromen
- Aardes rollend hoofd
- maar de herhaalde sprong van de kat
- naast de mus.
-
- De verdraaiing van je stem op de bandrecorder.
-
- Ook de onbedoelde faux pas
- het drijven op je tweede talent
- het hartstochtelijk meewerken
- aan zekere scheefgroei in je leven.
-
- Het is de reden waarom je onverwacht
- stilstaat op straat
-
- maar vooral: de sprong naast de mus
- en denken dat je wat hebt.
-
-
-

-
's Nachts
-
-
's Nachts varen de landstreken naar huis.
-
Op volle kracht, elkaar met brandend
boordlicht
-
omzeilend. Het schuurt aan boomwortels,
-
boegwater klotst in vijvers.
-
-
's Nachts wonen we in Midden-Duitsland.
-
Langs het raam schaduwen de hardnekkigste
-
creaturen van de gebroeders Grimm, zijzelf
wellicht,
-
treurend om iets van duizend jaar geleden,
-
-
ze zijn het vergeten.
-
-
's Nachts sluit zich om ons het bos
-
vol echo's van boerenkrijgen. Kinderen
-
door wanhopige ouders achtergelaten
-
bidden om wedergeboorte uit een wolf.
-
-
Maar kijk, tussen de stammen een licht!
-
-
Dan is het tijd. Ochtend. Opluchting.
-
Hun lot is toch niet ons lot.
-
Varen terug. Tongval weer vertrouwd.
-
Enige twijfel blijft.
Wim Claessen, tekening uit Vaarwater
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-

-
Tegen
de herfst
-
-
Kijk, een wesp is een gat in de lucht
-
ter grootte van een wesp
-
gevuld met wesp
-
-
niet met lucht. Cruciaal:
-
meer wespen
>
hogere luchtdruk >
zomers weer.
-
-
Daarom: laat je niet slaan, blijf, help
-
de lucht onder druk te houden
-
-
opdat ons systeem niet bezwijkt.
-
Maar geen ziel die dat begrijpt.
-
-
Met dunne stemmen nemen ze afscheid:
-
-
Go wesp, wesp
-
-
moge het lied van je vleugels
-
je ver vergezellen.
-
-
Hans van Eijk, omslag bundel Wespland
-
-
Vogelgids

-
-
Dit boek vertelt wat mensen in ze zagen:
-
kneu, tapuit, paapje, wielewaal.
-
Voorouders wijzend, roepend op het veld
-
tot het juiste woord langs vliegt, ze knikken,
-
-
namen zijn gedeeld gevoel.
-
-
Pinksterfeest na pinksterfeest: klauwier,
-
hop, smelleken, wouw, smient, dodaars.
-
IJsvogel, buik vooruit, als vlam biddend
-
boven blijde gerimpelde koppen.
-
-
Daarom vogels kleuriger afgebeeld dan het grauw
-
gescharrel buiten, makkelijke prooi zo
-
voor de vrienden van blz. 96 en verder:
-
havik, sperwer, valk, valser geschminkt
-
-
dan Judas in het passiespel.
-
-
De vogelgids heeft mij ver gebracht. Polders.
-
Duinen. Limburg. Ontmoetingen. Liefde.
-
Soms zie ik nog iets vliegen dat op
-
een bladzij uit de
vogelgids lijkt.
-
-
-
-
Mentale haring
-
- De haring
- die je je voorstelt
-
bij het woord haring
- is je mentale haring.
-
- Dat hoeft geen echte haring te zijn,
- het kan ook de geep, schol of rog zijn
- die je zag op de visafslag terwijl
- een gezaghebbende stem zei:
haring.
-
- Het hoeft geen levende haring te zijn.
- De mijne ligt steevast met de staart links
- en de ontbrekende kop rechts
- bestrooid met uitjes.
-
- Vaak hebben we meer dan één mentale haring:
- ook de levende zilvervis op de Brouwersdam
- zo overvloedig dat hengelaars baldadig werden
- (geen reclame voor de hengelsport).
-
- Of de donkere kroeg op aswoensdag
- waar na een slemppartij van drie dagen
- iets zuurs moet zijn rondgegaan
- -
maar elke glimp van vis uitgewist.
-
- Het Hollandse polderlandschap
- van de zestiende eeuw
- met werkvolk, de mond
- naar de zee gekeerd.
-
- Voedingsgedrag leidend
- tot een geschiedenis
- vol samenscholingen
en wetten om die te verbieden.
|